-
1 indringen
1 [binnendringen] penetrate (into) ⇒ intrude (into), break (into) 〈 gewelddadig〉, soak (into) 〈 vloeistof〉, pry (into) 〈 andermans zaken〉II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [indrijven] push intoIII 〈wederkerend werkwoord; zich indringen〉1 [zich opdringen] thrust oneself in(to)♦voorbeelden: -
2 inschuiven
• to insert• to push into• to retract• to slide into -
3 naar het tweede plan verwijzen
naar het tweede plan verwijzenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > naar het tweede plan verwijzen
-
4 plan
1 [wijze waarop men te werk wil gaan] plan2 [voornemen] plan4 [niveau] plane, level♦voorbeelden:1 een plan maken (voor …) • draw up a plan for something, plan somethinghet plan voorleggen/opperen om • propose (…ing)wat ben je van plan? • what are you going/intending to do?volgens de plannen verlopen • go according to plan/scheduleeen plan beramen/maken • devise a planiemands plannen dwarsbomen/verijdelen • upset/defeat someone's plansheb je plannen voor vanavond? • have you any plans/are you doing anything tonight?plannen maken voor • make plans/arrangements forhet plan opvatten (om) • plan (to)een plan smeden (tegen) • scheme/plot (against)een plan uitvoeren • carry out a planwe waren net van plan om … • we were just about/going to …ik ben vast van plan te gaan • I fully intend to goik was al een tijdje van plan langs te komen • I've been meaning to come over5 〈 figuurlijk〉 naar het tweede plan verwijzen • push into the background; 〈 zelf meer aandacht trekken dan iemand anders〉 upstage -
5 duwen
♦voorbeelden:1 een kinderwagen duwen • wheel/push a pramheen en weer duwen • shove around2 iemand opzij duwen • push/elbow someone asideiemand iets in de hand duwen • thrust something into someone's handde gijzelaar werd in een auto geduwd • the hostage was hustled into a car♦voorbeelden:duw niet zo!, niet duwen! • don't press (me)! -
6 drijven
1 [aan de oppervlakte blijven] float, drift2 [zweven] float, drift ⇒ glide♦voorbeelden:doen drijven • float〈 figuurlijk〉 de onderneming drijft op orders van het rijk • governmental orders are the mainstay of the enterprisedrijven van het zweet • be dripping with sweatII 〈 overgankelijk werkwoord〉5 [slaan] drive♦voorbeelden:de menigte uit elkaar drijven • break up the crowdde vijand uit het land drijven • drive the enemy out of the countryiemand in het nauw/een hoek drijven • drive someone to the wall/into a cornerde zaak op de spits drijven • bring the matter to a headdoor woede gedreven • driven by ragede spot met iemand drijven • make fun of someoneeen winkel drijven • run/manage a shop4 door stoom gedreven schepen • steam-driven/propelled shipsde prijzen naar omhoog/omlaag drijven • force prices up/down -
7 drukken
♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉3 [omlaag brengen] push down4 [drukwezen] print♦voorbeelden:1 iemand de hand drukken • shake someone's hand, shake hands with someoneiemand geld in de hand drukken • press money into someone's handin elkaar drukken • press/crush togetheriemand tegen de muur drukken • pin someone against the walliemand tegen zich aan drukken • hold someone close (to oneself)3 de lonen/prijzen/kosten/onkosten drukken • keep down wages/prices/costs/expenses4 10.000 exemplaren drukken • print/run off 10,000 copies(niet) geschikt om gedrukt te worden • (un)printableliegen of het gedrukt staat • lie through one's teeth♦voorbeelden:1 iemand die zich drukt • dodger, shirker -
8 dringen
♦voorbeelden:1 hij drong door de menigte heen • he pushed/elbowed/forced his way through the crowdde menigte drong de zaal in/uit • the crowd pushed its way into/out of the hallnaar voren dringen • push forwardhet zal wel dringen worden om een goede plaats • we'll probably have to fight for a good seatde zaak dringt nogal • the matter is rather urgentII 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden: -
9 inschuiven
1 [naar binnen schuiven] push/slide in2 [opschuiven] push/move up/along♦voorbeelden:2 de stoelen nog wat inschuiven • push/move the chairs up/along a bit further♦voorbeelden: -
10 stoten
2 [aanstoot geven] offend♦voorbeelden:1 zijn zinnen stoten • his sentences are halting/awkwardhet schip stootte op een klip • the ship struck a rockop een vreemd woord stoten • come across a foreign wordop moeilijkheden stoten • run into difficultiesop elkaar stoten • collide, run into each otherop/tegen iets stoten • bump into somethingtegen elkaar stoten • bump/knock against each otherII 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:1 niet stoten! • handle with care!iemand uit de groep/de partij stoten • throw someone out of the group/partyeen vaas van de kast stoten • knock a vase off the sideboard1 [gewichtheffen] press2 [biljart] play/shoot (a ball)♦voorbeelden:IV 〈wederkerend werkwoord; zich stoten〉1 [botsen] bump (oneself)2 [zich ergeren] take offence♦voorbeelden: -
11 persen
♦voorbeelden:je moet harder persen • you must press harderII 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:grammofoonplaten persen • press gramophone records1 [kind uitdrijven] push2 [ontlasting uitdrijven] strain -
12 schuiven
2 [verplaatsen met een werktuig] shovel3 [met betrekking tot opium/roken] smoke♦voorbeelden:een stoel bij de tafel schuiven • pull up a chairiemand als kandidaat naar voren schuiven • push someone forward as a candidateiets/iemand terzijde schuiven • 〈 figuurlijk〉 brush something/someone asideiets voor zich uit schuiven • 〈 figuurlijk〉 put something off, postpone something1 [zich langs een vlak (laten) voortbewegen] slide2 [zich met een stoel verplaatsen] move/bring one's chair♦voorbeelden:zitten te schuiven • fidget (on one's chair)in elkaar schuiven • slide … into one another, telescopeschuif wat bij elkaar • move your chairs a bit closer togethermet data schuiven • rearrange dates -
13 wal
3 [het vaste land] shore♦voorbeelden:van twee walletjes eten • have one's cake and eat it2 aan lager wal geraken • 〈 letterlijk〉 be borne down on the lee shore; 〈 figuurlijk〉 come down in the world, go to seedaan lager wal zijn/zitten • be down and outhet schip ligt aan de wal • the ship is in the harbour/in dockaan de wal • on shoretussen wal en schip vallen • fall between two stoolsiemand van de wal in de sloot helpen • get someone out of the frying pan into the firesteek maar eens van wal! • fire away!, go ahead!〈 figuurlijk〉 dan moet de wal het schip maar keren • things will run their course, but then there will be a price to payaan wal brengen • land, bring (something/someone) ashore -
14 dwingen
1 [in het bijzonder van kinderen] [zeuren] whine (for)2 [door persing uit elkaar dreigen te gaan] be forced apartII 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:hij was wel gedwongen (om) te antwoorden • he was obliged to answerhij laat zich niet dwingen • he won't be forcedzoiets laat zich niet dwingen • you can't force a thing like thatiemand dwingen een overhaast besluit te nemen • rush someone into making a hasty decisionals hij niet wil, zullen we hem wel dwingen • if he doesn't want to, we'll make him (do it)de omstandigheden hebben mij gedwongen • circumstances have compelled meniets dwingt u daartoe • you are not obliged to do itzich gedwongen zien • be forced/compelled (to)liefde laat zich niet dwingen • love cannot be forced/constrainedzichzelf moeten dwingen (om) niet te schreeuwen/glimlachen • have to force oneself not to scream/smileiemand dwingen tot gehoorzaamheid • force someone to obeyeen vliegtuig dwingen tot landen • force a plane downiemand tot actie/handelen dwingen • force someone's hand -
15 opporren
♦voorbeelden:2 iemand tot iets opporren • prod/goad someone into doing/on to do something -
16 opschuiven
1 [opschikken om plaats te maken] move up/over ⇒ 〈 informeel〉 shift/shove up2 [met betrekking tot gebeurtenissen, verplaatst worden] shift♦voorbeelden:1 schuif wat op • move over/upAjax is opgeschoven naar de tweede plaats • Ajax has moved up into second placeII 〈 overgankelijk werkwoord〉2 [uitstellen] put off♦voorbeelden:1 schuif die boeken eens op • shift those books, will you? -
17 teen
♦voorbeelden:1 de grote/kleine teen • the big/little toelange tenen hebben • 〈 figuurlijk〉 be touchy/easily offendedop z'n tenen gaan staan • stand on tiptoegauw op zijn teentjes getrapt zijn • 〈 figuurlijk〉 be quick to take offence, be touchyop zijn tenen de kamer in/uit lopen • tiptoe into/out of the roomvan top tot teen • from head to foot -
18 uitwijken
2 [noodgedwongen verhuizen] go into exile ⇒ flee/leave one's country, 〈 figuurlijk, + naar〉 push off (to), switch (to)♦voorbeelden:men liet het luchtverkeer naar Oostende uitwijken • air traffic was diverted to Ostendvoor een auto uitwijken • get out of the way of a car2 〈 figuurlijk〉 wegens ruimtegebrek zijn we uitgeweken naar de sporthal • we switched to the gymnasium for reasons of space -
19 voorgrond
♦voorbeelden:1 〈 figuurlijk〉 op de voorgrond treden, zich op de voorgrond plaatsen, • come into prominence, stand out, push oneself forward
См. также в других словарях:
push into — index browbeat Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
push into — phr verb Push into is used with these nouns as the object: ↑bag, ↑forefront, ↑recess, ↑recession … Collocations dictionary
push — push1 W2S1 [puʃ] v ▬▬▬▬▬▬▬ 1¦(move)¦ 2¦(button/switch)¦ 3¦(try to get past)¦ 4¦(encourage)¦ 5¦(persuade)¦ 6¦(change)¦ 7¦(increase/decrease)¦ 8¦(army)¦ 9¦(advertise)¦ 10¦(drugs)¦ … Dictionary of contemporary English
push — I n. act of pushing 1) to give smb. a push (our car was stuck and they gave us a push) attack 2) a big push 3) a push to (a push to the sea) II v. 1)(d; intr.) ( to shove ) to push against (to push against the door) 2) (d; intr.) to push for ( to … Combinatory dictionary
push — 1 /pUS/ verb 1 MOVE (I, T) to make someone or something move by using your hands, arms, shoulders etc to put pressure on them: It s still stuck you ll have to push harder. | When I give the signal, I want you all to push. | push sb/sth: Johnson… … Longman dictionary of contemporary English
push — ▪ I. push push 1 [pʊʆ] verb [transitive] 1. to work hard to persuade people to buy more of a product, for example by advertising it a lot: • Our sales staff will be pushing the new model hard. • IBM will use its huge sales force to push this… … Financial and business terms
push — vb Push, shove, thrust, propel mean to use force upon a thing so as to make it move ahead or aside. Push implies the application of force by a body (as a person) already in contact with the body to be moved onward, aside, or out of the way {push… … New Dictionary of Synonyms
Push, Nevada — Format Mystery Created by Ben Affleck Sean Bailey Matt Damon Chris Moore … Wikipedia
PUSH (university guide) — Push is a British media organisation that offers information to university applicants and students in the United Kingdom.Its flagship is now the website Push.co.uk, which features profiles of every UK university, advice about choosing a… … Wikipedia
Push technology — Push technology, or server push, describes a style of Internet based communication where the request for a given transaction originates with the publisher or central server. It is contrasted with pull technology, where the request for the… … Wikipedia
Push e-mail — is used to describe e mail systems that provide an always on capability, in which new e mail is actively transferred (pushed) as it arrives by the mail delivery agent (MDA) (commonly called mail server) to the mail user agent (MUA), also called… … Wikipedia